Franc Janssen (67) heeft beginnende alzheimer en hij had nooit gedacht dat hij zich aan de Matthäus Passion zou wagen. Naar aanleiding van een oproep in het Alzheimercafé is hij de uitdaging aangegaan en heeft hij ontdekt hoezeer het Lijdensverhaal ook over hemzelf gaat. 

Eens in de zes maanden doet Franc een test. Op een vijfpuntsschaal geeft hij aan in hoe-verre een zestigtal stellingen op hem van toepassing zijn. Van helemaal onwaar, tot helemaal waar. ‘Mensen accepteren me niet omdat ik fouten maak’ of ‘ik kan geen inhoudelijke gesprekken meer voeren’. De resultaten laten hem zien hoe hij ervoor staat. Het is een thermometer van het brein die langzaam van groen naar oranje en rood kleurt.

“Ik noem het de vooruitgang van de achteruitgang”, zegt Franc nuchter. Van huis uit is hij socioloog en dit soort onderzoeken heeft hij zelf ook vaak opgezet. “Maar ja, het is natuurlijk wel confronterend dat ik inderdaad merk dat mijn veranderende gedrag weleens tot gedoe leidt. Daarom wil ik zoveel mogelijk zelf de regie blijven houden, wat er vooral op neerkomt dat ik moet loslaten en op zoek moet naar alternatieven waar ik ook plezier en voldoening uit haal.”

Kom op Franc, waar wacht je op!

De rijzige zestiger met kloeke bril en baardje weet precies hoe hij ervoor staat. Drie jaar geleden kreeg hij te horen dat hij een mild cognitieve stoornis had. Daar had het bij kunnen blijven, maar inmiddels heeft de diagnose zich tot alzheimer ontwikkeld. Dat verklaarde waarom hij op de gekste momenten niet meer wist hoe hij de akkoorden van de liedjes moest spelen. “Kom op Franc, waar wacht je op”, riepen de andere leden van zijn band dan. Een half jaar geleden heeft hij na zeventien jaar afscheid genomen. “Als je samen in een band speelt, dan moeten de anderen er wel van op aan kunnen dat je je partij kunt spelen. Als dat niet kan, dan krijg je ruzie. Daarom heb ik zelf besloten om ermee te stoppen, zodat we als vrienden onze jarenlange samenwerking met een prachtig concert hebben kunnen afsluiten.”

Natuurlijk blijft Franc zo lang mogelijk zelf muziek maken, maar om het gemis van het sámen musiceren te compenseren heeft Franc zich aangemeld bij het Participatiekoor. Aanvankelijk dacht hij dat de Matthäus Passion veel te hoog gegrepen zou zijn, maar tot zijn eigen verbazing valt dat nogal mee. “Het mooie van Het Participatiekoor is dat je ondersteund wordt door andere zangers. Iedereen heeft een maatje waarmee hij samen zingt. Ik zing samen met Cees. Hij is vol lof over mijn stem en dat ik het zo snel oppak”, lacht Franc. “Wat ik me pas onlangs realiseerde is dat een aantal koralen dezelfde melo-die hebben. Sinds ik dat door heb, gaat het instuderen een stuk vlotter!”

Dit gaat over mij

“Vroeger stond ik er niet zo bij stil”, gaat hij verder “maar de teksten van Bach krijgen nu een veel diepere betekenis. Zoals het verhaal van Petrus. Hij verloochent Jezus, zijn beste vriend, tot drie keer toe. Voorheen dacht ik: ‘dat is knap stom’, maar nu kan ik het me heel goed voorstellen. Hij was bang voor zijn hachje en moest zijn vriend laten vallen. Ik maak dat ook mee.”

Ook het lijdensverhaal van Jezus is in een ander licht komen staan. “Het proces dat Jezus moet doorstaan, het verraad, de beschimpingen, de angst, verlaten worden en er uiteinde-lijk helemaal alleen voor staan”, voor Franc is het allemaal erg herkenbaar. “Als ik O Haupt voll Blutt und Wunden zing, dan denk ik: dat gaat over mij. Dat maakt me enerzijds heel melancholisch en tegelijk biedt het me ook troost. Al blijft er wel een wezenlijk verschil tussen Jezus en mij”, haast hij zich eraan toe te voegen. “Hij heeft het lijden kunnen overwinnen en is weer uit de dood opgestaan. Dat zal ons niet gegund zijn.”

Franc is blij dat hij zich bij het Participatiekoor heeft aangesloten en zich aan de Passie van Bach waagt. “Het is een mooie uitdaging om de hoogtepunten uit dit prachtige muziekstuk te zingen. Dat voelt goed. Ik overtref mezelf en dat had ik van tevoren niet gedacht. De Matthäus Passion zingen ben ik dan ook gaan zien als een statement: ‘zie je wel, dit kunnen wij nog!’ We zullen het publiek eens een poepie laten ruiken!”