Dirigent Felix van den Hombergh groeide op met Bach, zong als 10-jarige bij de Koorschool en geniet er nog steeds van. Ook tijdens het dirigeren van vier kamerkoren in Amsterdam en Haarlem, en ook bij het Participatiekoor Haarlem. Tijdens de tweede repetitie ontviel hem de uitspraak: “Prachtig! Voor niets slapeloze nachten gehad!”

“Niet elk koor dat ik leid heeft hetzelfde niveau”, nuanceert Felix zijn uitspraak. “Dat vind ik ook niet belangrijk. Ik zoek telkens naar de beste manier om met elkaar te werken en dan kan dat opeens prachtig klinken. Er zitten in het Participatiekoor Haarlem aardig wat mensen die een goed niveau hebben, duidelijk de Johannes Passion al vaker zongen. Er zitten lastige, hoge stukken in voor sopranen en tenoren, met noten die de wat oudere stemmen misschien niet meer halen. Het is de bedoeling dat er vrijdagavond 19 april een mooi concert komt en dat gaat zeker lukken.”

Gereedschap
“Dirigeren is een vak dat je kunt leren en ervaring doet een hoop. Je kunt met wat het koor te bieden heeft ook spelen, je kunt nieuwe dingen bedenken. Heel veel ‘problemen’ komen vaker voor en ik heb mijn gereedschap om dat te verhelpen. Ik dirigeer het liefst kamerkoren, zangers pikken mijn aanwijzingen snel op, maar daar hoort wel een specifiek repertoire bij, kleinere stukken, meestal zonder begeleiding. Daarnaast kun je natuurlijk wel eens in de zoveel tijd projecten organiseren als de Passies van Bach, maar ook het Mozart Requiem. En de Mariavespers van Monteverdi, die vind ik ook echt geweldig om doen. Aan de grotere werken uit de Romantiek (Verdi, Mendelssohn) kom je dan minder toe.”

Stravinsky
Toen hij 50 werd, heeft hij met al zijn koren samen zijn eigen compositie ‘Vijftigst’ uitgevoerd. En onder meer de Psalmensymfonie van Igor Stravinsky. “Dat stuk ken ik al heel lang, op mijn 13e gaf mijn vader me een plaat hiervan. Ik heb ontzettend van die uitvoeringen genoten, maar het is veel werk om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Nu ben ik per week allemaal verschillende stukken aan het repeteren, maar als je met zoiets groots bezig bent, dan ben je elke avond met hetzelfde bezig. En dat moet je dan ook niet te vaak doen; mensen zingen niet voor niets in een kamerkoor.”

Grenzen
Felix onderscheidt zich van andere dirigenten door zijn programmering. Hij richtte 15 jaar geleden het Haarlems Projectkoor023 juist op om daar zelf meer grip op te hebben: “Bach staat vaker op het programma bij meerdere koren. En ik probeer altijd grenzen en nieuw repertoire op te zoeken, dan houd ik mezelf ook bezig. De mensen die naar mijn concerten gaan en die bij me zingen horen vast vaker dingen terug, in hoe ik met fraseringen en dynamiek omga.”

Een leven lang muziek
Felix groeide op met musiceren, speelde viool, piano, fagot en zingt graag: “Ik zong als jongen van tien bij de Koorschool. Bach vraagt sowieso jongens als zangers, maar er was nog een extra partij voor jonge stemmen, en die mocht ik zingen. Bach heeft iets mysterieus, raadselachtigs, dat vond ik heel spannend. Pas later begreep ik hoe diep religieus het is en hoe geniaal gecomponeerd. Daar moet iedereen op zijn eigen manier van kunnen blijven genieten.”